Geplaatst door: 
Verhaal

Prof. dr. K. Schilder

Auteur: 
Jaap van Gelderen

Reeds in de eerste uitgave van de IJsselakademie is aandacht gevraagd voor de man wiens kwartierstaat hier thans in de genealogische rubriek van ons huisorgaan wordt opgenomen. Daar heette het: 'De biografie van Schilder moet nog worden geschreven,' en het artikel bedoelde dan ook daarvoor een bijdrage te leveren vanuit deze regio, 'het land van IJssel en Vecht.' Nu het straks honderd jaar geleden zal zijn dat Klaas Schilder werd geboren in Kampen, mogen we er van uitgaan dat er over zijn leven en werk meerdere publicaties zullen verschijnen. Een enkele zag reeds het licht. Hier volgt slechts iets over de 'Komaf' van deze streekgenoot.

't Lexicon-artikel brengt reliëf aan: de 'loopjongen in een manufacturenzaak', straks door meer welgestelde vrienden in staat gesteld het Gereformeerd Gymnasium in zijn woonplaats te bezoeken, waar de 'wat dromerige jongen' dan na enige jaren zich ontpopt 'tot een geniale leerling' - om, na vervolgens alle examens aan de Theologische School van Kampen cum laude te hebben afgelegd, 'als een wervelwind' door de Gereformeerde Kerken te gaan, waar hij zich - nota bene - 'zonder enige sociale achtergrond' al spoedig een 'leidende positie' verwerft, vooral opererend met de pen - om, hoogtepunt, tenslotte benoemd te worden 'met algemene stemmen' tot Hoogleraar in de theologie aan z'n Alma Mater.

De data van de kwartierstaat geven ook de breuk in deze biografie aan: schorsing en afzetting, kerkscheuring en vrijmaking – en uiteraard kan men daarover ook het nodige lezen in het Lexicon-artikel van Bremmer. Daarover hier nu niet. Maar wel dat zinnetje over de 'sociale achtergrond'. Niemand is 'zonder'. Ook Schilder niet. Denk aan de sterke moederfiguur. Aan het feit dat er mensen waren die iets in hem zagen. En hoevelen van 'eenvoudige afkomst' voor en na hem zijn er niet geweest die, geholpen met een beurs, predikant konden worden? De kleine kerk (uit Afscheiding en Doleantie) had hier een niet geringe traditie! Waar deze jonge lui in de nog zo klassengebonden maatschappij er nooit aan te pas zouden zijn gekomen, bood de kerk kansen. En een enkeling – er zijn meer namen te noemen dan K.S. alleen kon het ook nog wel tot professor brengen. De besten onder hen - waaronder Klaas Schilder - schaamden zich niet voor hun afkomst, het bracht hen dichter bij de mensen en deed hen de sociale noden scherper zien. Natuurlijk wil hiermee niet gezegd zijn dat die kleine kerken geheel vrij waren van 'standsgevoelens'. Maar kansen lagen er. Schilder was in dit opzicht geen eenling.

Hervormd gedoopt. Toch voortgekomen uit dezelfde bevolkingsgroep waar de kerkelijke Afscheiding van 1834 haar mensen rekruteerde in en om de stad Kampen, er ligt een lijn van verwantschap naar de oefenaar Dirk Hoksbergen met zijn 'Klumpieskarke', die de grote kerk de 'hoer van Babylon' schold. Geboren in een tijd waarin de broodvraag al dringender wordt door de '...nijpender nauwte van arbeidsveld... door ’t allengs verschrompelen van het stadje, 't inkrimpen der burgerij' - zoals een iets oudere tijdgenoot van Schilder het omschrijft, de in een van de stegen van Kampen geboren joodse schrijver Samuel Goudsmit (1884-1954). De vader, zoon van kleine boeren die in het sigarenvak (in Kampen bijkans het enige vak) terecht komt; de grootvader van moederskant die zijn geluk nog gaat beproeven in het grote Amsterdam, om daar te sterven. De halfbroer, Hendrikus, uit vaders eerste huwelijk, die het 'geluk' heeft een goede Weeshuisopvoeding te genieten en als matroos de wijde wereld intrekt. De moeder, de weduwe Schilder-Leijdekker en haar drie kinderen, met haar werkhuizen. Hoevelen zijn er aan het eind van die eeuw niet achteruitgeboerd?

Hoe stond een honderd jaar eerder en nog verder terug, de familie Schilder er voor? Als oudst bekende naamdrager mag gelden een Roelof Schilder (overleden 5 april 1743), voorkomend met zijn vrouw Jenneke Hendriks op een lijst van gereformeerde lidmaten in Veessen, 1690. In 1704 wordt hij tot diaken gekozen. Uit het huwelijk worden acht kinderen gedoopt in Veessen. Een zoon is schipper, dochters zijn getrouwd in Zwolle, Kampen en Zalk. 

De naam Schilder wordt voortgezet via de jongste dochter van Roelof en Jenneke: Hendrikje (ged. Veessen 22 febr. 1704, begr. Zalk 31 aug. 1750), die op 2 mei 1728 in ondertrouw gaat met Arent Gerrits Fox (ged.Zalk 14 febr. 1695, begr. aid. 30 nov. 1753), zoon van Gerrit Jans Fox en Engeltien Arends. Dit zijn dus de rechtstreekse voorouders van prof. Schilder. Fox jr. koopt in april 1727 een 'caterstede' gelegen aan de Brink van Zalk, hij is een keuterboer dus, zoals zovelen in die omtrek. In 1753 laat hij een testament opmaken voor het Schoutengericht van Zalk. De koster tekent in het begraafregister achter zijn naam aan: 'vulgo Arent Baas' - zo werd hij dus in de wandeling genoemd. Kees Schilder oppert dat dat wellicht de reden is geweest dat geen van zijn kinderen de naam Fox heeft voortgezet, zij noemden zich of Van der Brink of Schilder, naar hun moeder. Ook in de volgende generatie komt het voor dat een moeder de naam doorgeeft aan haar kinderen, met passeren van de naam van de vader. De zoon van Arent Fox en Hendrikje Schilder heet Roelof Arends Schilder (ged. Zalk 3 apr. 1729 en begr. in Hattem 30 dan. 1795), hij is als landbouwer van Kamperveen gehuwd in de Bovenkerk van Kampen (21 okt. 1753) met Grietje Hengeveld (ged. Kampen 5 mei 1720, begr. Kamperveen 6 apr. 1771), dochter van Berend Hengeveld en Aaltje Claassen Schierhold. En met hun zoon, Klaas Roelof Schilder (1761-1830), zijn we weer teruggekeerd naar de kwartierstaat. De familie woont in 't vervolg dan binnen Kampen, Roelof Schilder (1794-1868)  verwerft daar het recht om vee te weiden op de algemene stadsweiden (het grootburgerschap, 1829). In mei 1823 was reeds een huis aangekocht in de Buiten Nieuwstraat van Dirk van den Noort. En hiermee was de familie opgenomen in de groep koeboeren, de leveranciers van consumptiemelk en ... stalmest. De simpele vermelding van levensdata, met een enkele aanduiding van een beroep, meer is er verder niet. In hun soberheid anders welsprekend genoeg.

In een breder verband kan er worden gewezen op het feit dat de bevolking van de stad Kampen sterk is gegroeid in de loop van de negentiende eeuw door toeloop van de dorpen rondom. Maar ook is er een sterke bevolkingsgroei (sterker dan elders) te constateren in de periode 1795-1849 op de noordoostelijke Veluwe. Zo laat het voormalige Ambt Hattem (Gemeente Oldebroek) meer dan een verdubbeling zien (223%). De agrarische existentie van de toch al veelal kleine boeren wordt door landgebrek steeds verder bedreigd. In vele families kan men dan ook een daling op de maatschappelijke ladder constateren (boer, halve boer, keuter, dagloner... trek naar de stad of 't wagen van de sprong over de oceaan). Zien we hier iets weerspiegeld in de kwartieren van prof. Schilder?

Er is ook verondersteld dat deze 'dreigingen' de mensen ontvankelijker heeft gemaakt voor meer rechtzinnige godsdienstige opvattingen. Het hoge percentage afgescheidenen juist in gebieden als het Ambt Hattem, maar ook in het dorp Zalk, kan in deze richting wijzen. Onderzoek naar de Kamper koeboeren heeft aangetoond dat zij in godsdienstig opzicht aansluiting vinden bij de bevolking van de Veluwe-rand, de Gereformeerde Gemeente, de Oudgereformeerden, de Christelijk Gereformeerden en de Gereformeerde Bond in de Hervormde Gemeente vindt men sterk bij hen vertegenwoordigd. Hendriks spreekt in dit verband zelfs van 'fatalisme en mystieke inslag' en van een 'somberder en droefgeestiger' godsdienstig leven.

In de stad Kampen is er aanvankelijk door de flinke groei sprake van een zekere welvaart, maar voor iedereen? Tot. .. er op alle fronten aan het eind van de eeuw een forse stagnatie intreedt. In deze wereld wordt op 19 december 1890 Klaas Schilder geboren.

Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift IJsselakademie 1989 nr. 4.

Reacties