Geplaatst door: 
Verhaal

Hinrich van Dortmund / Henricus de Tremonia - Klokkengieter in de Vechtstreek

Auteur: 
Rinus de Jong

Over het optreden van een aantal klokkengieters uit voorbije eeuwen is zoveel bekend, dat het mogelijk was er hele boekwerken aan te wijden. Zo publiceerde André Lehr in 1959 zijn boek over de gebroeders François en Pieter Hemony; en dr. C.N. Fehrmann promoveerde in 1966 op het doen en laten van Geert I en II van Wou met hun medewerkers, alsmede de Wegewaerts en Hendrik Vestrinck. In de stad Utrecht leefden en werkten in de 15de eeuw vertegenwoordigers van het geslacht Butendiic. Wat zij aan klokken hebben nagelaten is beschreven in Klokken en Klokkengieters, dat in 1963 verscheen. Over de Deventer klokkengieters tenslotte is in 1941 door mevrouw Doorninck in de Verslagen en Mededelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis gepubliceerd.

Er zijn evenwel verscheidene klokkengieters, die hun sporen hebben nagelaten in de vorm van prachtig gegoten klokken met zuivere tonen, maar aan wie in geschriften nauwelijks aandacht is besteed. Eén van hen is Hinrich van Dortmund, die zich op de door hem gegoten klokken in het Latijn aanduidt als Henricus de Tremonia en een enkele keer ook als Henricus de Tremunde. Wie was hij? Er is niets over zijn persoon bekend. Zijn achternaam geeft aan dat hij uit Dortmund afkomstig moet zijn. Er zijn maar weinig klokken van hem bekend, en verder is het de vraag of hij zelfstandig werkte dan wel een medewerker was van Geert I van Wou in Kampen.

Van 1510 tot 1527 heerste tussen Overijssel en Gelderland oorlog. Tijdens de krijgstochten werden menige kerk en toren in brand gestoken, waarbij de klokken het eveneens moesten ontgelden. Het is mogelijk dat Hinrich van Dortmund weet heeft gekregen van dit onheil en van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt de verloren gegane klokken te vervangen. Dat heeft in elk geval na 1600 de uit Westfalen afkomstige gieter Hans Berman gedaan; hij verving vernielde of gestolen klokken in de Achterhoek en Twente, en waarschijnlijk ook in Salland. In 1604 maakte Friedrich Böttgen - hij kwam ook uit Dortmund - nieuwe klokken voor Steenwijk en naar ik veronderstel tevens voor de plaatsen in de omgeving van deze stad. Hoewel het uit de archiefstukken niet blijkt, krijgt men de indruk dat Hinrich van Dortmund een tijdlang medewerker is geweest van Geert I van Wou.

Fehrmann vermeldt in zijn proefschrift dat Van Wou verschillende medewerkers gehad heeft, van wie de namen niet bekend zijn. De oudst bekende klok van hem hangt in het torentje van het kasteel Rechteren en dateert uit 1516. 

Uit Fehrmanns dissertatie blijkt, dat in 1517 noch Geert I van Wou noch één van zijn medewerkers in de Vechtstreek werkzaam is geweest. De enige klok die in dat jaar door een werknemer is vervaardigd, bevindt zich in de kerktoren van het Drentse Vries. Wel heeft Geert I met zijn medewerkers in 1517 zeker zes, maar zeer waarschijnlijk negen klokken voor de Cuneratoren in Rhenen gegoten. Ik houd het er op, dat Van Wou deze ter plaatse heeft gegoten en dus een tijdlang uit Kampen afwezig is geweest. Omdat de Geldersen in 1517 in de Vechtstreek zo goed als alle klokken hadden vernield, en men ze zo spoedig mogelijk wilde vervangen - het dagelijks leven was er immers volledig op ingesteld -, gingen de kerkmeesters vanzelfsprekend naar Kampen. Men vond Geert van Wou niet thuis, maar naar ik aanneem wel Hinrich van Dortmund. Als deze veronderstelling juist is, zal hij de nieuwe klokken zeker in de gieterij in Kampen hebben gemaakt. Met zekerheid is bekend dat in 1517 Schöppingen - net over de grens - een klok aanschafte, die door Hinrich van Dortmund is gegoten. Het vervoer van al deze klokken zal over de Vecht plaats hebben gevonden. Hierna volgt een beschrijving van de door Henricus de Tremonia in deze tijd voor Salland en de Vechtstreek gegoten klokken. Jammer genoeg heb ik deze niet in de torens en klokkenstoelen kunnen bekijken om de opschriften, versieringen en afbeeldingen op te nemen. Het is van belang dit alsnog te doen, omdat in de publicaties de spelling van de inscripties nogal eens verschillend wordt weergegeven.

Heino en Rechteren

Het opschrift van de klok luidt: "(Z)eyger.van.rechteren.heft.in.den.naem.jesus. maria.joseph.anna.joachim.my.laeten.gieten.en de.mechteld.van doorninck. syn.huysvrouw.hendricus.detremunde.me.fecit.anno.mdxvi". Ik betwijfel of er "jesus" op deze klok staat; het zou naar mijn mening "ihesus" moeten zijn. Ook vraag ik mij af, of er gieten staat in plaats van gheten. En of huysvrouw wel een w heeft. De puntjes tussen de woorden staan voor rozetjes.

De diameter van deze klok is 36 centimeter. Gewicht, toonhoogte en versiering zijn me niet bekend. Evenmin weet ik of de klok een kroontje heeft. Zeyger van Rechteren - overleden in 1523 -, was eveneens eigenaar van de havezate Bredenhorst in Heino. Mogelijk heeft hij in 1516 deze klok voor de kapel van de Bredenhorst laten gieten. Het is in de 18de eeuw bekend, dat deze klok op Rechteren terecht was gekomen. Omstreeks 1898 werd dit kasteel van een torentje voorzien, waarin sedertdien de klok hangt. Misschien is de klok na afbraak van de kapel van de Bredenhorst naar kasteel Rechteren verhuisd.

Dalfsen

In 1517 moeten de Geldersen de kerk en toren van de Heilige Cyriacus in Dalfsen in brand hebben gestoken. Daarbij kunnen de klokken verloren zijn gegaan. Als dat inderdaad het geval is geweest, veronderstel ik dat Hinrich van Dortmund ook voor Dalfsen nieuwe klokken gegoten heeft. Hun was maar een kort leven beschoren; althans volgens de inventaris op het archief van huize Almelo vonden er in 1559 herstellingen plaats aan de kerk en toren van Dalfsen. Een jaar later leverde Wegewaert uit Deventer twee nieuwe klokken, waarvan de één de naam Maria droeg en de andere die van Cyriacus. Mogelijk waren de oude klokken slachtoffer geworden van de Kinderen van Emlichheim, een sekte die was voortgekomen uit de beweging van de Wederdopers en die in 1554 de omstreken van Zwolle afstroopten. De kleinste klok, Cyriacus, had in 1919 een gescheurde kroon en miste een groot stuk van de rand. Herstel was niet mogelijk en daarom werd zij in 1923 door klokkengieterij Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel hergoten. In 1943 werden beide klokken gevorderd. Maria woog 2307 kilo en Cyriacus 1500 kilo. Zij keerden niet terug.

Ommen

Het is bekend dat de Geldersen hier in 1517 eveneens hebben huisgehouden: het stadje werd in brand gestoken en zeker twee klokken in de klokkenstoel naast de Brigidakerk werden kapotgeslagen. Ik schrijf klokkenstoel, dit naar aanleiding van een brief van Marten Makkinga. Hij gaat er vanuit dat het bedehuis geen grote toren aan de westzijde heeft gehad, maar een torentje op het dak.

Dit torentje ging bij de brand van 1624 verloren en werd pas in 1860 vervangen door het huidige. In 1625 werd de klokkenstoel ommetseld; het bouwwerk draagt de officiële naam van Stadsklokkenhuis. Hierin hangen twee klokken van Hinrich van Dortmund. Er is volgens Makkinga tot 1798 nog een derde klok geweest, die uit de tijd vóór 1517 moet stammen. Ik vraag me af of dit juist is: waar er in 1517 sprake was van een open klokkenstoel, moet het voor de Geldersen wel heel eenvoudig zijn geweest om alle drie klokken stuk te slaan. Hoewel, in 1510 hebben zij zowel in Oldenzaal als in Denekamp de Maria-klokken onaangetast gelaten en deze zijn nog aanwezig! De bewuste Ommer klok, die in 1798 was gescheurd, werd in 1800 verkocht. Bij het wegvoeren is zij evenwel in de haven gevallen. Begin 20ste eeuw is deze gedempt. In 1957 heeft wichelroedeloper Hulshegge uit Deventer de plaats waar de klok ligt nauwkeurig aangegeven, zoals blijkt uit boringen die nadien werden gedaan. Zij bevindt zich op 12 meter diepte. Voor het opgraven van de klok was f 20.000,-- nodig, een bedrag dat de gemeente Ommen niet beschikbaar wilde stellen. De omgeving werd met zand verhard en opgehoogd, waarna er huizen werden gebouwd. Het zou geweldig zijn als de klok alsnog voor de dag werd gehaald en opgesteld zou worden. Denekamp, Maastricht, Staphorst en IJlst kunnen daarbij tot voorbeeld dienen. Het zou al heel mooi zijn als het gemeentearchief van omstreeks 1800 gegevens over haar gewicht en andere kenmerken zou vrijgeven.

Van de twee Tremonia-klokken, die in 1943 gevorderd werden maar na 1945 uit Hamburg terugkeerden, kan het volgende vermeld worden: Op de eerste staat: "monica. maria. is. myn.name. myn. gelut. sy. gode. bequame. den. levendigen. ropick. de. dode. bescrey. ick. hagel. ende. donder. werstae. ick. henricus. de. tremonia. me. fecit. anno. xvcvii." Haar diameter is 144,6 centimeter; haar gewicht bedraagt 1881 kilo. De toonhoogte ken ik niet en ik weet evenmin of zij een kroon heeft. Het registratienummer bij Monumentenzorg in Zeist is 8-C69.

De tweede heeft het volgende opschrift: "salvator. is. myn. name. myn. ghelut. sy. gode.bequame. den. levendigen. ropick. de. doden. bescrey. ick. hagel. ende. donder. werstae. ick. henricus. de. tremonia. me. fecit. anno. xvcvii." Hier is de diameter 130 centimeter en het gewicht 1298 kilo. De toonhoogte van deze klok is mij ook niet bekend, alsmede het feit of zij een kroon draagt. Het registratienummer is 8-A74. In beide gevallen zijn de teksten geplaatst tussen een bovenrand van rankjes met bellen en een onderrand van rankjes zonder bellen; dit volgens de klokkeninventarisatie 1942/43. Verder dragen beide klokken een kruisteken en een klok, die zich onder het jaartal moeten bevinden.

Onnodig te zeggen dat het hier om twee zwaargewichten gaat. Hoe heeft een stadje als Ommen - en dat nog wel na een zware oorlogsschade - het gieten kunnen betalen, ook al kon misschien het brons van de stukgeslagen klokken als klokspijs dienen? Dit is des te indrukwekkender als toen ook de derde klok werd vervangen, de lichtste van de drie. Nu ik het toch over de derde klok heb: heette zij wellicht Brigida, naar de patroonheilige van de kerk? In 1522 verbrandde Ommen opnieuw, maar toen bleven de Brigidakerk en het Heilige Geest-Gasthuis gespaard.

Hardenberg

Om met Multatuli te spreken: mijn verhaal wordt eentonig, want in 1517 gingen door toedoen van de Geldersen ook drie klokken in Hardenberg verloren, toen de Stefanustoren afbrandde. Het kan haast niet anders of Hinrich van Dortmund zal ook voor deze kerk nieuwe klokken hebben gegoten. In 1523 waren de Geldersen opnieuw in Hardenberg, maar of van dit "bezoek" de klokken weer het slachtoffer zijn geworden weet ik niet. De toren van de Nederlandse Hervormde kerk heeft thans een Van Wou-klok uit 1506 en een klok uit 1538, van Geert II van Wou en Jan ter Steghe. Verder was er tot 1846 nog een derde klok, die een gewicht had van 1540 kilo. In dat jaar werd zij naar Amsterdam verkocht. Gegevens van deze klok zijn me niet bekend. Naar mijn mening zijn de zojuist genoemde klokken van elders  gekomen, en dat moet zijn gebeurd in of na 1602. Na 1580 heeft Hardenberg nogal te lijden gehad van de krijgshandelingen van de opstand tegen Spanje. Het kerkbestuur verkocht in 1602 het zilverwerk om klokken aan te schaffen. De klok uit 1506 zou uit het klooster van Sibculo afkomstig kunnen zijn; die van 1538 vermoedelijk uit de kapel van de Uithof in Mariënberg.

Gramsbergen

Ook hier was het van hetzelfde laken een pak: in 1517 verbrandde dit stadje grotendeels door toedoen van de Geldersen. Daarbij werd de klokkenstoel in de toren een prooi van de vlammen en werden de klokken versmolten. 

Mogelijk ging het hier eveneens om drie klokken. Waar de Sallandse dorpskerktorens alle twee klokken telden, valt het op dat de stadjes Ommen en Hardenberg er elk drie hebben gehad. Gramsbergen was eveneens stad en mogelijk dat de Bonifaciustoren toentertijd drie klokken bezat. In elk geval zijn er in 1517 nieuwe klokken aangeschaft, want op 28 augustus van dat jaar werd besloten de opbrengst van de verkoop van een stuk land voor het gieten te bestemmen. Het zou al heel opmerkelijk zijn als ook hier de nieuwe klokken niet door Henricus de Tremonia zouden zijn gemaakt. Hoe lang zouden deze klokken het uithouden? In 1521 kwamen de Geldersen opnieuw naar Gramsbergen; zij werden er evenwel spoedig weer uitgeworpen om de stad een jaar later nog eens in te nemen. En in 1530 werd Gramsbergen door brand verwoest. Net als Hardenberg kreeg de plaats Gramsbergen haar deel van het leed van de opstand tegen Spanje te dragen. In 1611 is er sprake van herbouw van de kerk en zullen er zeker nieuwe klokken zijn gekomen; in 1634 wordt voor het eerst melding gemaakt van een uurwerk. Archiefonderzoek zal zeker meer licht brengen in de duistere geschiedenis van de Gramsbergse klokken.

Na 1517 horen wij drie jaar lang niets van Hinrich van Dortmund. In 1520 evenwel duikt zijn naam op in Den Ham en Heemse.

Den Ham

De toren van de Nederlandse hervormde kerk - tot de Hervorming aan Maria gewijd - heeft een klok van Hinrich van Dortmund, die uit 1520 stamt. Zij en haar zuster uit 1414 werden in 1943 eveneens gevorderd, maar toen men kwam om de klokken te halen, weigerden de Hammenaren elke medewerking. De klokkenhalers verdwenen zonder buit en men heeft nadien niets meer van hen gehoord. De diameter van de van Dortmund-klok is 141,4 centimeter; haar gewicht is ongeveer 1800 kilo - een zware klok dus -, en haar toonhoogte is volgens de heer Konijnenberg Dis 1, al lijkt mij Cis 1 - gezien het gewicht - juister. Afgezien van de kleine verschillen in diameter en gewicht lijkt het erop, dat de Maria-klok van Ommen ook de toonhoogte van Cis 1 heeft.

Van de Hammer klok kan ik evenmin aangeven of zij een kroon heeft. Tussen de versierde boven- en onderrand staat de volgende tekst: "salvator. is. myn. name. myn. geluyt. sy. gode. bequame. den. levenden. ropick. de. doden. bescrey. ick. hagel. ende. donder. weriek. hinrich. de. tremonia. me. fecit. anno xvcxx." Voor een juiste weergave van deze tekst sta ik evenwel niet in. Zoals gezegd is er nog een tweede klok uit 1414. Werd zij tijdens de strooptochten van de Geldersen gespaard of is ze wellicht afkomstig uit de kapel van Hove te Linde? En zo ja, diende zij dan als vervangster van een omstreeks 1517 verloren gegane Maria-klok?

Heemse

Als laatste noem ik de Tremonia-klok van Heemse, gewijd aan de Heilige Lambertus. Volgens Slicher van Bath had het bedehuis Radboud als patroonheilige. Waarschijnlijk is het de kerk geweest die op den duur aan een andere heilige werd toegewijd. Dat is bijvoorbeeld ook gebeurd in Haaksbergen, Oldenzaal, Ruinerwold en Steenwijkerwold. De klok is in 1520 gegoten. De toonhoogte is mij niet bekend; ook weet ik niet of zij een kroon heeft. Het registratienummer bij Monumentenzorg is 8C32, de diameter is 106,5 en het gewicht bedraagt 730 kilo. Tussen de boven- en onderrand van bloemenranken staat de volgende tekst: "sancti. lamberti. is. myn. name. myn. gheluit. sy. gott. bequame. den. levendigen. ropick. henricus. de. tremonia. me. fecit. anno.xvcxx." Tot in 1827 was er een tweede klok die, naar ik aanneem tevens door Hinrich van Dortmund was gegoten. Tijdens het luiden op Oudejaarsavond van genoemd jaar - en dus niet van 1927 zoals hier en daar wordt vermeld - is zij gebarsten en in 1829 door een exemplaar van Petit & Fritsen vervangen. Uit het archief van deze firma blijkt, dat de gebarsten klok ongeveer 264 Nederlandse ponden woog. Het in 1829 gegoten exemplaar is iets groter, zij geeft de toon Cis 2; deze zal de in 1827 stuk geluide klok ook hebben gehad. Het zou me niet verwonderen, dat zij aan Maria gewijd is geweest.

Een vergelijking van een Tremonia-klok met een Van Wou-klok

De lezer kan de vraag stellen: als u zelf niet in staat bent geweest de klokken van nabij in ogenschouw te nemen, kunt u er dan door het vergelijken van afbeeldingen van de Van Wouen de Van Dortmund-klokken niet achter komen of laatstgenoemde in de gieterij in Kampen werkzaam is geweest? Eerst nog dit: het valt op, dat Henricus de Tremonia het jaartal 1500 als XVC aangeeft, iets dat in die tijd bij veel klokkengieters in het Nederlandse Cultuurgebied gebruikelijk was. Bij mijn weten komt dit bij Duitse gieters niet voor: daar is het MD of MCCCCC.

En nu het vergelijken van afbeeldingen. Net voordat ik de laatste hand aan het uittikken van dit artikel legde, raadpleegde ik om de één of andere reden het boek van Dingeldein, over de Klokken van Denekamp. Daarin vond ik een foto van één van de Tremonia-klokken in Ommen, met daarboven een foto van een van Wou-klok. Het blijkt, dat de rand onder de tekst van beide klokken geheel aan elkaar gelijk is. Bij de bovenrand is dat niet het geval, maar het lijkt me toe dat er niettemin verwantschap is. Het heeft er dus alle schijn van, dat Hinrich van Dortmund medewerker van Geert I van Wou is geweest, en in 1517 en 1520 - tijdens de afwezigheid van  laatstgenoemde - de honneurs als klokkengieter voor de Vechtstreek mocht waarnemen.

Dit artikel, van Rinus de Jong, is eerder gepubliceerd in het tijdschrift IJsselakademie nr. 2, juni 1999. Rinus de Jong (1929-2000) was stadsbeiaardier in Hengelo.

Reacties