Geplaatst door: 
Verhaal

‘De vijand lelijk zijn neus geschramd.’ Duitse oversteek van de IJssel voorkomen

Auteur: 
Ewout van der Horst

‘Vijand in 4 vouwboten à 6 man bij de Kletterstraat de IJssel overgetrokken’, meldt de 2e compagnie van het IIe bataljon van het 43e regiment infanterie op 10 mei 1940 om 19.50 uur vanuit Welsum bij Olst. ‘Mogelijk dat nog meer boten volgen, hevig onder vuur vijand, doch ook van onze zijde. Tracht zolang mogelijk tegenstand te bieden.’

Ineens bevond Nederland zich op die prachtige voorjaarsdag in oorlog. Dat hadden veel Nederlanders niet voorzien. Luitenant Menkveld van het 43e regiment infanterie, betrokken bij de verdediging van de IJssellinie bij Olst, verklaarde na de oorlog: ‘Achteraf viel mij tegen dat we niet werkelijk voorbereid waren op een aanval. Zelfs in april hadden we nog de indruk dat er niets gebeuren zou. Ook kreeg ik de indruk dat kapitein Van der Wild hier niet voldoende rekening mee hield.’

De vijand afgeslagen

Bij hun inval op die vrijdagmorgen slaagden de Duitsers erin om per spoor tot Deventer door te stoten. In de loop van de middag arriveerden hier treinen met het 328e infanterie regiment van de Wehrmacht. Aangezien het Nederlandse leger alle IJsselbruggen had opgeblazen, kregen de Duitse infanteristen het bevel om ten noorden van Deventer in boten de IJssel over te steken. Bij de steenfabriek van Hengforden staken ze met roeiboten over naar Welsum. Ze kregen daarbij ondersteuning van mitrailleurs en geschut dat de vrijwel onbemande kazemat tegenover de steenfabriek in puin schoot. De overgestoken Duitsers maakten een ijzeren boot buit, waarmee ze nog eens zo'n 25 man wisten over te zetten. Langs de IJssel trokken ze richting het noorden, waar ze nog een kazemat wisten te veroveren. De overvallen  Nederlandse militairen konden zich nog achter de westelijke dijk terugtrekken.

Ondanks de geslaagde overtocht bleef verder succes voor de Duitsers uit. De 2e compagnie beschikte nog over voldoende vuurkracht om de aanval af te slaan. Ook een Pantser Afweer Geschut bewees goede diensten. De overtocht werd volgens de plaatselijke commandant ‘geheel teniet gedaan door de prikkeldraadversperring’, waaraan ‘de vijand lelijk zijn neus geschramd heeft’. Blijkbaar kwamen de Duitsers de uiterwaarden niet over. Door de onverwacht felle tegenstand en het gebrek aan materiaal voor een noodbrug, besloten de Duitsers zich terug te trekken. Om 21.30 uur heette het: ‘Vijand afgeslagen en deze is weder op de oostelijke oever teruggekeerd met de nodige verliezen.’ Aan Nederlandse zijde waren geen verliezen. Een nachtelijke patrouille maakte nog een achtergebleven Duitser krijgsgevangen.

Wrange nasmaak

‘s Nachts bereikte de verdedigers bij Olst het bericht dat de Duitsers via een noodbrug bij Zutphen de IJssel over waren. Zonder bevel van hogerhand gaf de kapitein Van der Wild in lichte paniek zijn troepen de opdracht zich richting Heerde terug te trekken. Toen de bataljonscommandant van deze actie hoorde, beval hij de 2e compagnie om de oorspronkelijke posities onmiddellijk weer in te nemen. Hij gaf Van der Wild te kennen dat deze ‘eigenlijk de kogel verdiende voor dat eigenmachtig terugtrekken’. De volgende morgen volgde alsnog het bevel naar Zeist terug te trekken. Op 15 mei legde het 43e regiment infanterie in Zegveld de wapens neer.

In 1948 is nog een onderzoek naar het gedrag van kapitein Van der Wild ingesteld. Diverse getuigen werden gehoord. De onderzoekscommissie concludeerde dat Van der Wild ‘zeer waarschijnlijk het hoofd kwijt geraakt’ was. Aangezien zijn misstap tijdig gecorrigeerd is en geen nadelige gevolgen heeft gehad, werd besloten de zaak niet voor de krijgsraad te brengen. Aan de succesvolle verdedigingactie bij Olst bleef niettemin een wrange nasmaak hangen.

Bronnen:

Hilbrink, C., M. Kienhuis en K. Vos, De Pruus komt! Overijssel in de Tweede Wereldoorlog (Zwolle 1990).
Nederland Instituut voor Militaire Historie, Gevechtsverslagen en – rapporten mei 1940.
Penders, A.F.J., De krijgsverrichtingen ten oosten van de IJssel en in de IJssellinie, mei 1940 (Den Haag 1952).

Reacties