Geplaatst door: 
Verhaal

De verdronken kerk van Beulake

Auteur: 
ir. G.C. Dogterom

Een NCRV-luisteraar schreef in een brief aan de redactie van Wie weet waar Willem Wever woont dat hij in Zwartsluis woonde, dus vlakbij bij de meren waar de Beulakerwiede er één van is. Verder vermeldde hij dat de oude Hervormde Kerk in Vollenhove was gerestaureerd en dat daarin de preekstoel van de vroegere kerk van het dorp Beulake stond. Dit dorp was in het jaar 1776 door een ramp in zijn geheel in het meer verzonken, zodat er niets meer van te vinden is. Hij stelde de vraag: hoe komt het toch dat wij zo weinig van die ramp weten, dat zo'n dorp in zijn geheel kon verzinken en dat die preekstoel nog kon worden gered?

Deze vragen werden door tussenkomst van het Rijksarchief in Zwolle aan mij voor gelegd, omdat daar bekend was dat ik op de oorspronkelijke kadastrale kaarten (minuutplans) de plaats had gevonden waar de kerk had gestaan. Ik heb de redactie van Wie weet waar Willem Wever woont als volgt geantwoord: De veronderstelling van de vragensteller dat het dorp Beulake in één stormramp zou zijn weggevaagd en dat - wonderbaarlijk - slechts de preekstoel uit de kerk zou zijn gered, stemt niet met de feiten overeen. De Beulaker is een plas die ontstaan is door vervening en door niet meer te stuiten afslag. Een ontwikkeling van eeuwen die nog steeds doorgaat.

Het schoutambt Vollenhove werd omstreeks het jaar 1200 gevormd. Hieronder viel toen ook het gebied van Wanneperveen dat echter omstreeks 1300 zowel kerkelijk als bestuurlijk werd afgescheiden. De hogere gronden werden gebruikt voor akkerbouw, de lagere veengebieden als weiland. In de 14de eeuw nam de droge vervening toe, waardoor de landerijen lager kwamen te liggen. In de loop van de 16de eeuw schakelde men over op natte vervening en dat betekende een verdere verlaging van het maaiveld. Daar waar veen gebaggerd werd ontstonden watergaten. Na de vervening bleven er watergaten met smalle rietkragen en rietlanden over, en - als het meeviel - wat drassig hooiland. Toen de watergaten er eenmaal waren konden de verveners bij harde wind tegen afkalving weinig meer doen, laat staan afslag bij storm tegengaan. Het gevolg was een grotere wateroppervlakte. Uiteindelijk ontstond er één plas, de Beulakerwiede, met in het zuidoosten en noordwesten enkele eilandjes. Dat laatste is voor de plaatsbepaling van de kerk van de Beulake van belang.

Het gaat dus om een heel oud ontginningsgebied, waarbij het interessante is dat de kavelindeling van de oorspronkelijke ontginningen nog heden ten dage op de kadastrale kaarten te herkennen zijn. Zelfs in wat nu watergebied is, zijn de oude ontginningsstroken op de kadastrale kaarten te onderscheiden. De verkaveling van het verdwenen Beulake was een strokenverkaveling waarbij het recht van "opstrek" als verdelingsprincipe werd gehanteerd. Dit wil zeggen dat de ontginners een strook land van een bepaalde breedte kregen toegewezen, die bij een weg of aan het water begon. Vanuit dit vertrekpunt werd de ontginning strook voor strook steeds verder uitgebreid, totdat reeds ontgonnen gebieden of de grens van het rechtsgebied werd bereikt.

Uit de kadastrale kaarten, vervaardigd omstreeks 1830, is af te leiden dat de ontginning de Oude Beulakerweg als uitgangspunt heeft gehad. Vanuit deze weg is in de Middeleeuwen naar twee kanten toe ontgonnen: naar het noordwesten tot aan de Vaartsloot, naar het zuidoosten tot aan de grens van Wanneperveen.

In het veengebied lag in de 14de eeuw een weg of dijk, genaamd "die Bodelaecke". Dit is nu de Oude Beulakerweg. Wellicht lag daar toen al een kleine nederzetting. De naam zou daarop kunnen duiden. Want "bode" betekent "huis" of "keef' en "Iake" is "grens". Later werd er een tweede weg ofwel een pad, aangelegd; thans het Beulakerpad. In de 17de eeuw kwam als gevolg van de toenemende vervening langs dit pad een veennederzetling Beulake tot ontwikkeling. Dit Beulakerpad - het begin is er nog – liep langs of over de genoemde eilandjes in de noordwesthoek van de Beulakerwijde. In 1675 woonden in Beulake 160 mensen. In 1748 waren dat er 270. Voor dié tijd een flinke groei. Daarna ging het bergafwaarts. In 1776 werd het dorp Beulake door de stormramp onbewoonbaar. De bevolking vertrok naar elders, met name naar Schutsloot.

Omstreeks 1665 is er aan het Beulakerpad – om precies te zijn aan de zuidoostkant daarvan een kerk gebouwd, nadat in 1608 vanuit Vollenhove daar een kerkelijke gemeente was gesticht. Voordien gingen de Beulakers in Vollenhove ter kerke. Zoals gezegd is het dorp Beulake langzaam onbewoonbaar geworden en betekende de stormramp van 1776 het definitieve einde. De kerk is verdwenen maar de plaats waar deze heeft gestaan, is op de oorspronkelijke kadastrale kaarten aangegeven. De perceelsgewijze kadastrering, ingevoerd om een hogere opbrengst van de grondbelasting te verkrijgen, en uitgevoerd tussen 1811 en 1833, resulteerde in de vervaardiging van de oorspronkelijke kadastrale kaarten, de zogenaamde "minuutplans". Deze geven de perceelsindeling per 1 januari 1833 weer, die zijn nadien niet meer gewijzigd of aangevuld. De huidige perceelsindeling is te vinden op de zogenaamde "bijbladen". Een kaart die "bij" is. Bij elk minuutplan hoort een “bijblad". Alle tussenliggende wijzigingen zijn vastgelegd op "hulpkaarten". Dit betekent dat de geschiedenis van elk perceel, beginnend op 1 januari 1833 tot heden is te achterhalen. Bij de kadastrering werden de "Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels" aangelegd. Dit zijn registers waarin van elk perceel is vermeld wie op 31 december 1832 (kadastraal) er aanspraak op kon maken. De huidige rechthebbenden zijn te vinden in de kadastrale "Leggers".

Aangezien op de minuutplans veelal de veldnamen en de boerderijnamen zijn vermeld, kan worden gesteld, dat de oorspronkelijke kadastrale stukken geschiedkundig van bijzonder belang zijn. De minuutplans worden bewaard bij het Rijksarchief in Zwolle. De overige stukken bij de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers, eveneens in Zwolle.

Nu terug naar Beulake. Op het minuutplan van Ambt Vollenhove, sectie 0, derde blad, - waarop de percelen nrs 174 tot en met 228 zijn afgebeeld - staat de volgende aantekening: "NB Het perceel gemt A No 215 is de gewezen Kerkplaats van de Beulakker en al waar als nog den omtrek der fundamenten te zien zijn Ao 1830". In het perceel zijn met een streepjeslijn, in potlood, de fundamenten van de kerk aangegeven. De plaats waar het kerkgebouw in Ambt Vollenhove heeft gestaan, is derhalve precies bekend!! Op de "Verzamelkaart" - dat is de overzichtskaart van de perceelsgewijze minuutplans -, vervaardigd in 1830, zijn twee in elkaar getekende vierkantjes afgebeeld, waar bij staat: Oude Kerkplaats van de Beulakker. Op het minuutplan van de gemeente Wanneperveen, sectie 0, eerste blad, is een rietgors afgebeeld waar als veldnaam bijstaat "het Kerkhof". De plek waar de kerk heeft gestaan is thans water. Amateurarcheologen hebben daar tal van interessante voorwerpen opgedoken die te zien zijn in het Stedelijk Museum te Zwolle. De duikplaats ligt pal naast het rijtje eilandjes in de noordwesthoek van de Beulakerwiede. De kerkplaats is met een vierkantje aangegeven. In de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel, het register van rechthebbenden, wordt bij het perceel nr 215 niets over de kerkplaats vermeld. Het perceel - groot 1100 centiare -, wordt omschreven als hooiland en staat op naam van Hendrik Zandbergen, landbouwer van beroep en woonachtig in Ambt Vollenhove.

Er is nogal wat ruzie geweest tussen de kerkelijke gemeente van Beulake en die van Vollenhove. Toen in het midden van de zeventiende eeuw het inwonertal van Beulake begon te groeien verzocht een aantal inwoners van Beulake aan de Kerkenraad van Vollenhove om hen een predikant en een kerk toe te staan. Enerzijds een streven naar zelfstandigheid, anderzijds een poging de kerkgang minder tijdrovend te maken. Op 9 maart 1665 besloot het College van de Volle Stoel - een commissie die de kerkelijke bezittingen beheerde - het verzoek aan te houden totdat dominee Bardenius in Vollenhove zou zijn bevestigd. Hij kon dan aan het overleg deelnemen, immers hij zou een deel van zijn ambtsgebied moeten afstaan. Wel werd alvast besloten om een commissie te benoemen om een en ander voor te bereiden; dit tot gerief en stichting van de veraf wonende kerkgangers van de Beulake. In december 1665 is de kapel in Beulake al zover gereed dat deze voor de dienst kan worden gebruikt. Ook werd toen in Vollenhove een voordracht voor een predikant opgemaakt. De kerkenraad bepaalde dat de nominatie en de beroeping van een leraar voor de kerk van "de Beulaecke tot het gehoor van Goodes Woorf' zoals gebruikelijk zou gebeuren: onder goedkeuring van de Volle Stoel. Met andere woorden: wat er te regelen viel werd geregeld vanuit Vollenhove!

Tot eerste predikant van Beulake werd gekozen Henricus ab Utrecht die als rector van de Latijnse school werkzaam was in Vollenhove. De goedkeuring werd verleend op 24 januari 1666. Na hem stonden Johannes ab Utrecht en Petrus van der Meulen in Beulake. Omdat de gemeente van Beulake te klein was voor een volledig predikantschap bleef Hendricus verbonden aan de Latijnse school van Vollenhove, waar hij ook woonde.

In 1685 beriep Beulake op eigen houtje een eigen predikant, wat uiteraard de kerkenraad van Vollenhove niet nam met een beroep op de stichtingsbrief. De Beulakers lieten het er toen bij zitten: in 1744 wendden zij zich tot Ridderschap en Steden. Dominee van der Meulen was naar Kolderveen vertrokken en zij vroegen daarom een predikant te mogen beroepen. Weer maakte de kerkenraad van Vollenhove bezwaar, dat door de Volle Stoel werd gedeeld. Maar in 1745 beslisten Ridderschap en Steden ten voordele van de Beulaker gemeente. Toen na de stormramp van 1776 de laatste bewoners waren vertrokken werd een jaar later de kerkelijke gemeente Beulake opgeheven. 

De kerk van Beulake is bij de stormramp van 1776 niet in één keer in het water verdwenen. Wat er precies is gebeurd, is onbekend. Ook door wie en wanneer de preekstoel uit de kerk is gehaald, waar deze werd gebruikt dan wel opgeslagen. Wel is zeker dat zij door de polderstoel van de diaconie van Beulake werd verkocht om dienst te doen in de Kleine Kerk. De preekstoel is niet gered zoals de vraagsteller meende, maar gewoon meegenomen naar Vollenhove. 

Zoals gezegd lijkt de naam van het dorp Beulake afkomstig van de aanduiding "Bodelaecke". Maar het wordt ook geschreven als "Beulaker", "Boolakker", "Beulakker", en zelfs al "Beulsakker" wat dan zou verwijzen naar de veldnaam "het Kerkhof”. In Giethoorn gaat het verhaal dat er naast de Beulakerkerk een akker lag waarop een galg stond. Die akker was eigendom van de beul. Vandaar "Beulsakker" en dat zou dan later verbasterd zijn tot "Beulaker". Een fraai staaltje van volksetymologie!

En het einde van het verhaal is:

Toen dorp en kerk daar was vergaan

Bleef nog lang, als teken van vermaan

De galg daar boven water staan.

Dit artikel is eerder verschenen in het tijdschrift IJsselakademie, 1998 nr. 4

Reacties

afbeelding van Henk Alberts
Kijk op hisgis.nl Dit zin kadestrale kaarten van 1832