Geplaatst door: 
Verhaal

De Avercamps en hun betekenis voor de topografische kennis over Kampen

Auteur: 
Theo van Mierlo

Vele kunstenaars hebben het IJsselfront van Kampen in de loop der eeuwen in al zijn gedaanten op velerlei wijzen weergegeven. Voor wie zich bezig houdt met de verdedigingswerken van Kampen, vormen vele van deze schilderijen, prenten en tekeningen een zeer belangrijke informatiebron. Uiteraard zijn vele gezichten op de stad niet zonder meer betrouwbaar.

Kunstenaars veroorloofden zich nogal eens de vrijheid om de werkelijke situatie ondergeschikt te maken aan compositorische uitgangspunten. Iedere weergave van de stad Kampen dient dan ook nauwgezet op haar topografische waarde en betrouwbaarheid beoordeeld te worden. Door vergelijkend onderzoek en het combineren met andere informatiebronnen is het evenwel mogelijk een redelijk goed beeld te krijgen van het uiterlijk van de verdedigingswerken langs de IJssel gedurende verschillende perioden.

Beduidend meer moeite vergt het om zich een beeld te vormen van het uiterlijk van de verdedigingswerken aan de west- of landzijde van Kampen. Zo sterk het IJsselfront in al zijn vormen steeds weer tot de verbeelding van velen heeft gesproken, zo weinig indruk heeft blijkbaar de landzijde van Kampen op de beschouwers gemaakt. Want het aantal bekende afbeeldingen dat ons bruikbare informatie zou kunnen verschaffen over het uiterlijk van de verdedigingswerken aan de landzijde, is nagenoeg op tien vingers te tellen.

Weliswaar hebben twee stadspoorten aan de landzijde de eeuwen getrotseerd en zijn we ook redelijk op de hoogte van het uiterlijk van de Venepoort aan de zuidzijde van de stad en van de Hagenpoort aan het smalle noordeinde van Kampen. Maar hoe zagen de Broederpoort en Cellebroederspoort eruit vóórdat Thomas Berendtsz beide bouwwerken in het begin van de 17e eeuw hun huidige gedaante gaf? En wat voor een voorstelling moeten wij ons maken van de Kalverhekkenpoort? Verder weten we dat zich in de stadsmuur aan de landzijde muurtorens hebben bevonden. Maar hoe zagen die er nu precies uit?

Avercamp

De Kamper schilders Hendrick (1585-1634) en Barent (1612/13-1679) Avercamp hebben ons vele wintertaferelen in de vorm van schilderijen en tekeningen nagelaten. Op een aantal van deze taferelen vormen Kampen of gedeelten van deze stad, het decor. En dan niet alleen de rivierzijde van de stad, maar juist óók de landzijde. Maar vooral op de schilderijen van beide schilders, blijkt de weergave van de stad lang niet altijd betrouwbaar. De topografische elementen dienden immers over het algemeen in de eerste plaats ter stoffering van de winterscènes. De tekeningen en schetsen daarentegen, waarop de stad staat afgebeeld en die vaak als voorbeeld dienden voor de schilderstukken, lijken een grotere mate van betrouwbaarheid te bezitten.

En juist van de landzijde van Kampen is ons van Hendrick en Barent een aantal schetsen en tekeningen overgeleverd die een antwoord kunnen geven op de eerder gestelde vragen. Zo bevat een schetsboek met schoonschriftproeven dat in het Provinciaal Overijssels Museum te Zwolle bewaard wordt, ook een tweetal schetsen uit omstreeks 1662 van de hand van Barent Avercamp. De ene schets laat over vier bladen de stad Kampen zien vanaf de overkant van de IJssel. Het is heel goed mogelijk dat deze tekening als basis heeft gediend voor zijn ijsgezichten op Kampen, zoals die thans hangen in het Stedelijk Museum Kampen en in het Rijksmuseum Twente te Enschede.

De tweede schets geeft ons over vijf bladen een goed beeld van de stad met de verdedigingswerken aan de landzijde, gezien vanuit het zuidwesten.

Broederpoort

Een in de Royal Library bewaarde tekening van Hendrick Avercamp laat ons volgens de door Clara J. Welcker in haar standaardwerk over de Avercamps gegeven omschrijving, de Venepoort te Kampen zien. In werkelijkheid hebben we hier evenwel te doen met een betrouwbare weergave van de omgeving van de Broederpoort, vóórdat deze in de jaren 1615-1619 werd verbouwd door Thomas Berendtsz (afb. 1). De betrouwbaarheid van deze prent blijkt onder meer wanneer we de muurtorens op de voorgrond - twee van de drie muurtorens die zich tussen de Broederen Cellebroederspoort hebben bevonden vergelijken met andere afbeeldingen. Barent geeft de beide torens op zijn schets in het eerder genoemde schetsboek, net zo weer als zijn oom Hendrick; links een ronde toren, rechts een toren met aan de stadszijde een rechte keel en een waakhuisje boven de torenrand uitstekend. Ditzelfde beeld, zij het dan gezien vanuit de stad, vinden we ook terug op de plattegrond van Kampen van Joan Blaeu (2e staat) uit ca. 1660. Juist ten aanzien van de belangrijke gebouwen, kerken en verdedigingswerken blijkt deze plattegrond redelijk betrouwbaar te zijn.

Dat wij op de tekening van Hendrick te maken hebben met de Broederpoort vóórdat deze verbouwd is door Thomas Berendtsz, wordt ons duidelijk wanneer we kijken naar de Broederpoort zoals Paulus Utenwael die op zijn plattegrond van Kampen uit 1598 heeft weergegeven (afb. 2). Ook deze plattegrond mag ten aanzien van zijn weergave van de belangrijke gebouwen als redelijk betrouwbaar beschouwd worden. Uit beide afbeeldingen blijkt dat de huidige Broederpoort in grondvorm gelijk is aan de oorspronkelijke tussen 1465 en 1468 gebouwde stadspoort: een vierkant poortgebouw mèt verdieping boven de poortdoorgang en een viertal hoektorens waarvan de twee aan de stadszijde een rond grondplan hebben en de twee aan de buitenzijde (bij Utenwael door het gekozen perspectief niet zichtbaar) een achthoekig grondplan bezitten. Poortgebouw noch torens waren voor de 17e eeuwse verbouwing voorzien van een kap. Mogelijk werden de torens incidenteel wel gedekt, maar dan met riet. In 1540 werd namelijk ene Berent Jansz betaald voor het leveren van riet om daarmee de 'Broederpoertetoernes to decken' , terwijl in 1543 Evert Jansz twee dagen met riet aan het dekken was geweest op de Broederpoort. Op 21 februari 1615 besloten Schepenen en Raden van Kampen dat 'opte Broederpoerte tot een ornament van de stadt een woeninge getimmert ende gebouwet worden' zal. Opdracht hiertoe kreeg de reeds genoemde te Kampen wonende architect en ‘gezworen lantmeeter van Overijsel' Thomas Berendtsz.

Helaas geven de stedelijke rekeningen noch de resoluties een duidelijk beeld van de omvang van de door hem aan de Broederpoort uitgevoerde werkzaamheden. Afgaande op de tekening van Hendrick Avercamp moet de meest ingrijpende verandering ongetwijfeld geweest zijn het ophogen van de vier hoektorens die tevens van een spits werden voorzien en het aanbrengen van een kap op het poortgebouw. Daarnaast zullen ook dehuidige vensters door Thomas Berendtsz zijn aangebracht omdat de bovenverdieping immers als woning, voor stadsambtenaren, dienst ging doen, terwijl aan de stadszijde nog een topgevel voor de kap werd geplaatst.

Uitgezonderd de vensters - en enkele 16e eeuwse toevoegingen aan de landzijde moet de poort dus ook nà de verbouwing die in 1619 werd voltooid, tot aan de kap min of meer haar oude middeleeuwse uiterlijk behouden hebben. Aangezien Hendrick na een leerperiode te Amsterdam, zich omstreeks 1610 weer in Kampen gevestigd schijnt te hebben, moeten wij aannemen dat hij zijn tekening van de Broederpoort kort voor de aanvang van de verbouwing gemaakt heeft. De weergegeven situatie is door Hendrick ook nog gebruikt als decor op een schilderij met een wintertafereel dat zich thans eveneens in Engeland bevindt. Merkwaardigerwijs omschreef Welcker dit werk wel als 'IJsvermaak bij de Broederpoort te Kampen'.

Cellebroederspoort

Behalve de Broederpoort werd in opdracht van het stadsbestuur ook de Cellebroederspoort door Thomas Berendtsz verbouwd. Op 27 maart 1617 bepaalden Schepenen en Raden ter plaatse tot hoe ver de oude Cellebroederspoort afgebroken diende te worden, terwijl op 1 augustus daaropvolgend de kameraars opdracht kregen de poort met 'twye rechtopgaende spitzen ende eene cappe' te laten opbouwen.

Voor een indruk van het uiterlijk van de Cellebroederspoort vóór de veranderingen waartoe in 1617 werd besloten, zijn wij geheel aangewezen op de weergave die Utenwael op zijn plattegrond uit 1598 van deze poort geeft (afb. 3). We mogen aannemen dat Utenwael ook hier min of meer de toen bestaande situatie heeft weergegeven. We zien een poort bestaande uit een poortlichaam mèt verdieping, geflankeerd door, waarschijnlijk, twee toren, waarvan één met spits. De torens lijken breder te zijn dan het poortlichaam. Tot hoever de poort in 1617 gesloopt zal zijn, is onduidelijk. Misschien betrof het alleen de linkerspits en de borstwering rondom de beide torens en het poortlichaam. Als evenwel de 57.000 stenen die Marten van Luynenberg volgens de stadsrekening van 1617 in dat jaar heeft schoongemaakt, van de Cellebroederspoort afkomstig zijn, dan moet er zeker meer dan alleen de borstwering zijn gesloopt. Maar ook nu geven de stedelijke rekeningen ons geen echt helder beeld van de aard en werkelijke omvang van de werkzaamheden. Wel weten we nog uit de stadsrekening dat er in 1617 het aanzienlijke aantal van ten minste 117.000 'moppensteen' naar de Cellebroederspoort werd vervoerd.

Gezien de zeer rijke ornamentering van het poortlichaam en het feit dat het in tegenstelling tot bij Utenwael, in zijn huidige vorm wèl buiten de beide zijtorens uitkomt, mogen we wellicht veronderstellen dat het relatief ondiepe poortlichaam door Thomas Berendtsz vergroot is, waarna poortlichaam en torens van daken zijn voorzien. Al met al lijkt de Cellebroederspoort een veel grotere gedaantewisseling ondergaan te hebben dan de Broederpoort. Het feit dat, zoals wij straks zullen constateren, de Cellebroederspoort de belangrijkste van de drie poorten aan de landzijde was, zal daar zeker niet vreemd aan zijn geweest.

Kalverhekkenpoort

Het meest onbekend onder de Kamper stadspoorten is wat uiterlijk betreft, ongetwijfeld de Kalverhekkenpoort. Gebouwd in 1467, werd de poort waarschijnlijk reeds in de tweede helft van de 17e eeuw gesloopt. Alleen de afbeelding van de poort op de kaart van Utenwael zou ons overgeleverd zijn (afb. 4). En gezien de wel zeer eigenaardige vorm voor een stadspoort wordt Utenwaels weergave over het algemeen als zeer onrealistisch beschouwd. Echter ook nu wordt de weergave van Utenwael, evenals bij de Broederpoort, door Hendrick Avercamp bevestigd. Op diens hierboven al besproken tekening doemt achter het voor de Broederpoort gelegen bolwerk, de Kalverhekkenpoort op. Van nabij krijgen wij deze poort te zien op een fraaie met penseel ingekleurde tekening eveneens van Hendrick en in het bezit van het Rijksprentenkabinet te Amsterdam (afb. 5).

Uit deze tekening blijkt dat de poort inderdaad heeft bestaan uit een half, geopend rondeel met in de zuidwesthoek een hoog oprijzende toren met spits, zoals ook door Utenwael is weergegeven. Zelfs de bovenkant van het door Utenwael gegraveerde poortje in het rondeel zien wij op Hendricks tekening net boven het voor de poort liggende bolwerk uitkomen. Het bestaan van het rondeel van de Kalverhekkenpoort wordt ook bevestigd door een aantekening in het stadsarchief. In 1527 verdiende metselaar Brant namelijk zo'n 6'/2 herenpond voor uitgevoerde reparatiewerkzaamheden 'an dat rondiel van Calverheckenpoerte’. De hoge toren in de hoek van het rondeel is misschien wel dezelfde als het in 1653 genoemde 'Calverhekkentorentien', waarbij de pijpemaker Dirrick Jansz zijn 'getimmer' had staan. En zou de door de Franse troepen bij hun vertrek in 1673 opgeblazen 'Calverhoecstoorne' ook deze toren geweest zijn?' Op de tekening van Hendrick zien wij in de toren boven de stadsmuur een deurtje. Deze deur zal eens toegang gegeven hebben tot de weergang, die op het moment dat de tekening werd gemaakt, reeds was gesloopt. Ook op Hendricks tekening van de omgeving van de Broederpoort is de weergang reeds verdwenen. Doch zowel bij de Broederpoort als bij de muurtorens zijn de restanten van die weergang met borstwering nog duidelijk zichtbaar. Geheel rechts op de tekening van de Kalverhekkenpoort is nog net de Buitentoren te zien. Nadat in 1607 de twee bovenste geledingen van deze toren waren ingestort, werd de toren pas in 1627 met een fraaie balustrade afgewerkt. Het ontbreken van die balustrade duidt erop dat de tekening vóór 1627 gemaakt zal zijn. Juist onder de Buitentoren is in de stadsmuur achter het houten hekwerk, nog een poortje zichtbaar. Waarschijnlijk is dit het zogenaamde Claterpoortje, dat wij een aantal keren in de 17e eeuwse bronnen tegenkomen en dat zich volgens deze bronnen in de buurt van het Kalverhekkenbolwerk bevonden moet hebben. De zeer bijzondere, weinig op een poort gelijkende vorm is mogelijk te verklaren wanneer men de Kalverhekkenpoort meer een verdedigingsfunctie dan een toegangsfunctie toekent. Terwijl de stadsmuur aan de landzijde van de stad in het zuidwesten een scherpe hoek maakte om richting IJssel af te buigen, maakte de stadsmuur in het noordwesten een vrij flauwe bocht in de richting van de Hagenpoort. Liggende in die flauwe bocht, was juist een ver naar buiten uitstekend rondeel de beste verdedigingsvorm voor de Kalverhekkenpoort. Vanaf het rondeel had men zowel een ruim gezichtsveld als een zeer groot schootsveld. Ten aanzien van de toegangsfunctie blijkt uit een ordonnantie uit 1566 over het openen en sluiten van de stadspoorten, dat de Kalverhekkenpoort alléén was geopend wanneer de Cellebroederspoort tussen elf uur en half één 's middags was gesloten. Deze laatstgenoemde poort kende dezelfde uitgebreide openingstijden als de andere belangrijke stadspoorten van Kampen, terwijl de Broederpoort alleen tussen vijf en acht uur 's morgens en tussen vier en zeven uur 's middags ten behoeve van de boeren was geopend". Uit deze ordonnantie blijkt dus niet alleen dat de Cellebroederspoort de belangrijkste van de drie genoemde poorten was, maar vooral ook dat de Kalverhekkenpoort nauwelijks een toegangsfunctie vervulde.

In 1670 en 1671 werd zelfs door het stadsbestuur besloten dat aan het Kalverhekkenbolwerk en de brug dusdanige voorzieningen getroffen dienden te worden dat niemand er meer de stad kon in- of uitgaan. Latere verzoeken om de toegang weer te herstellen werden steeds afgewezen. Of de Kalverhekkenpoort bij de besluiten uit 1670 en 1671 reeds was gesloopt is niet duidelijk. Door de aanleg - aan het eind van de 16e eeuw van een bolwerk vóór de poort was de verdedigingsfunctie van het gebouw zelf komen te vervallen. Bovendien namen de onbelangrijke functie als toegangspoort en het feit dat zij door haar vorm - in tegenstelling tot de Broeder- en Cellebroederspoort – niet tot woning te verbouwen was, alle beletsels weg om de poort te slopen.

Niet alleen Hendrick, maar ook Barent Avercamp heeft de Kalverhekkenpoort afgebeeld. Van hem zijn een tweetal schilderijen bewaard gebleven, waarop de Kalverhekkenpoort het bolwerk, een stuk stadsmuur en de Buitentoren als achtergrond voor een ijstafereel fungeren (afb. 6). De gelijkenis van de Kalverhekkenpoort zoals die door Barent wordt weergegeven, met die op de tekening van Hendrick is opvallend. Maar in tegenstelling tot die van Hendrick, is de Buitentoren door Barent afgebeeld mèt de in 1627 aangebrachte balustrade; gezien het geboortejaar van Barent (1612) niet zo verwonderlijk. Opvallend is dat zowel op de afbeelding van Hendrick als op die van Barent de brug over de gracht - die zich volgens de plattegronden van Kampen juist aan de zichtbare zuidwestzijde van het Kalverhekkenbolwerk heeft bevonden ontbreekt.

Wij zullen moeten aannemen dat beide schilders deze brug uit compositorische overwegingen met opzet hebben weggelaten, gezien de storende werking ten opzichte van het ijsvermaak op de bevroren stadsgracht. Een bewijs dat toch voorzichtigheid blijft geboden bij het bestuderen en interpreteren van dergelijke afbeeldingen.

Conclusie

Door de informatie op de schilderijen en tekeningen van de Avercamps te combineren en te vergelijken met andere informatiebronnen zoals plattegronden en archiefmateriaal, hebben wij dankzij het werk van beide kunstenaars een indruk kunnen krijgen van het uiterlijk van een deel van de verdedigingswerken aan de westzijde van Kampen. Op hierboven gestelde vragen kon in belangrijke mate een antwoord gegeven worden. Ook is het belang aangetoond dat de schilderijen en tekeningen van Hendrick en Barent Avercamp voor onze topografische kennis van Kampen kunnen hebben. Wie weet vallen er in het werk van de Avercamps meer interessante voorstellingen te ontdekken die onze kennis van de topografie van Kampen kunnen verrijken. Ook zouden eventuele foutieve titels moeten worden gecorrigeerd. Zo stonden de hierboven beschreven afbeeldingen van de Kalverhekkenpoort omschreven als de Hagenpoort. Ook staat nu reeds vast dat vele schilderijen ten onrechte in de nabijheid van Kampen worden gesitueerd. Kortom, een intensieve bestudering van de topografische elementen in het werk van Hendrick en Barent Avercamp heeft grote waarde voor de kennis van de topografie van Kampen.

*Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift IJsselakademie nr. 1 maart 1989

Reacties