Geplaatst door: 
Verhaal

10-14 maart 1809 - Via Hardenberg naar Drenthe

Auteur: 
Siem van Eeten

Via Itterbeck en Venebrugge arriveert de koning in Hardenberg en gaat op 11 maart via Gramsbergen en Laer naar Coevorden. Aangezien een aantal te bespreken punten een grensoverschrijdend karakter hebben, worden deze in één geheel vermeld.

De in Laer woonachtige gewezen Kapitein ter Zee De Vos heeft verzocht om zijn zoon bij de marine in Feyenoord te plaatsen. De minister van Marine en Koloniën moet gaan berichten over de kwaliteit welke de welgemelde De Vos effectievelijk in onze Marine mocht hebben bekleed en over de tijd waarop de redenen waarop hij denzelve heeft verlaten en over de min of meer voordelige wijze waarop hij bij de marine is bekend geweest’. Ook wordt nog melding gemaakt van een doofstomme te Laer.

In Hardenberg ontvangt de Koning de dominees van Heemse, Gramsbergen en Hardenberg en het Gemeentebestuur. Dit komt met de volgende verzoeken: Het recht van tol op de Vecht te mogen continueren. Hierover zal een rapport worden gevraagd aan de minister van Financiën en BiZa.
Toestemming om boekweit te mogen zaaien in de nabijheid van de fortificaties: 'Met opheffing van de bevorens bestaande interdicties , veroorloven wij aan de Ingezetenen van de Hardenberg, om hunne Venen binnen den omtrek van drie honderd roeden van de ligne van forificaties met boekweit te mogen bezaaijen en verder over dezelve ter Cultuur te mogen desponeren'.

De weg naar Gramsbergen moet onderhouden en vernieuwd worden en er moet een pont over de Vecht komen. De koning stelt hiervoor ƒ 4000 uit de reserves van dit jaar ter beschikking. 'Dit bedrag moet dienen om de vrije doorgang tussen Gramsbergen en Hardenberg te verzekeren, zowel in de zomer als in de winter.' Het pontje over de Vecht moet in Ane komen.

Uit de Vriese Courant van 12 maart 1809: 'Z.M. is gister van Hardenberg vertrokken en heeft zich naar Gramsbergen begeven, om te zien wat dit Dorp geleden heeft, door de Overstromingen. Z.M. heeft last gegeven de wegen te herstellen, en in dien staat te brengen, dat de gemeenschap tussen Hardenberg, Grambergen en Coevorden altijd verzekerd zij. Hoogstdezelve is vervolgens te paard naar Coevorden gereden.'
Het kanaal van de Vecht moet langs Hardenberg gaan lopen.
De minister van Financiën wordt gevaagd een rapport uit te brengen over het verzoek van Hardenberg om voor ƒ 600 het tolrecht over de Vecht te mogen hebben.
En op het persoonlijke vlak: 'Wij hebben besloten en besluiten de heer J. Soeters wordt benoemd tot opvolger in zijnes vaders post  C. Soeters, als Commis Collecteur van de Convoijen en Licenten te Hardenberg'

Het bezoek aan Coevorden richt zich tot het militaire karakter van de stad, de positie van de Joden en wat andere zaken. De koning bezichtigt de fortificaties en dit leidt tot het verzoek aan de Minister van Oorlog om een rapport uit te brengen ten einde Coevorden tot eerste rangs plaats te benoemen.  De leveranciers aan de militairen, waaronder bakker Buton, hebben al twee jaar geen geld gezien. Ze krijgen nog ƒ 2000. De minister van oorlog moet dit bedrag direct betalen.

Verder is ‘uit nauwkeurige berichten’ en ‘uit onze laatst gehouden inspectie’ gebleken dat de ‘militairen gelegerd aldaar in een allerellendigste staat zijn gehouden’. Dit leidt tot een aantal maatregelen waaronder
1. De provoost wordt uit zijn post ontzet.
2. De officier die het bevel voerde in Coevorden zal acht dagen arrest krijgen.
3. De minister zal er op toezien dat militaire gevangenen behoorlijk behandeld worden
De Joden vragen ƒ 1000 om een ‘kerk’ te mogen bouwen. De koning vindt ƒ 500 voldoende. Wel krijgen ze het recht om, net als de overige godsdiensten, collectes te houden. De pastoor krijgt een salaris van ƒ 400,00

Op 12 maart vertrekt de koning uit Coevorden en gaat dan via Dalen, Erm, Emmen, Odoorn, Borger naar Gasselte, waar hij ontvangen wordt door de landdrost, de ‘quartier drost’ en de Garde d’honneur van het departement Drenthe. Via Rolde arriveert hij in Assen. Het salaris van de Dominee van Gasselte-Nieuwveen is afhankelijk van de Gemeente met als noot dat hij vertrokken is. Het wordt gebracht op ƒ 600. De minister van Eredienst moet een rapport maken over de uitbreiding van de Hervormde kerk in Assen en de bouw van en Katholieke kerk.
In Assen ontvangt de koning de Landdrost, het ‘corps de justice’ de geestelijkheid en het stadsbestuur. Volgens de Ommelander Courant is het vrij zeker dat de koning de nacht heeft doorgebracht op het huis Lemferdinge dat eigendom is van maarschalk Dumonceau, de bevelhebber van het Bataafse leger in het noorden. De dag daarop brengt hij een bezoek aan de Kerk, het ‘local départemental’, het bos, de boerderij van de landdrost en in Eext bezoekt hij een Hunebed. Ook Aldo (Anloo?) en keert weer terug naar Assen.

De volgende notities zijn er gemaakt op die dag:
Het salaris van de dominee wordt gebracht op ƒ 1000. Assen wordt tot stad verheven en er wordt een plan tot uitbreiding gemaakt. Hiervan worden twee kopieën gemaakt, één voor Assen en de ander voor de Minister van Biza. Het plan moet uitgaan van 6000 bewoners. Het bos wordt aan de stad geschonken, er moet een kanaal komen van Assen naar Zuiderveld en het kanaal van Meppel naar Assen moet doorgetrokken worden naar Groningen. Onderzocht moet worden of hierover onderhandeld kan worden, aangezien dit kanaal ook gunstig is voor de departementen Groningen en Oost-Friesland (Aurich e.o.).

Een gift van ƒ 20 000 voor huizenbouw. Kwijtschelding voor buitenlanders die zich in Assen vestigen. In de genomen besluiten wordt dit omschreven als ‘Decreet inhoudende gunsten voor buitenlanders die zich in Assen vestigen’. De minister van BiZa moet hierover met de Landdrost in overleg treden. En tenslotte nog een hengst voor de wagenmakers. Daarnaast liggen nog de volgende aandachtspunten bij de ministers: een verzoek om binnen Assen een opvoedingsinstituut te vestigen, de wens om binnen Assen genees-, heel- en vroedkundige hulp te verschaffen.

Titelfoto: Lodewijk Napoleon geschilderd door Charles Howard Hodges, 1808. (Frans Hals Museum, Haarlem)

Reacties